Handseinen

In de regio Utrecht hanteren we de volgende handseinen wanneer extra communicatie met trambestuurders nodig is.

Sein v1: Handgebaar noodstop
Beide handen boven het hoofd heen en weer bewegen.
De trambestuurder maakt een noodstop.



Sein v2: Handgebaar langzaam rijden
Hand horizontaal houden en langzaam op en neer bewegen.
De trambestuurder rijdt met een gepaste snelheid.



Sein v3: Handgebaar stop
Hand opgestoken naast het hoofd.
De trambestuurder stopt.



Sein v4: Handgebaar naar seingever toe rijden
Hand naast het hoofd van voren en naar achteren bewegen.
De trambestuurder mag oprijden naar de seingever.


Sein v5: Handgebaar van seingever af rijden
Hand van zo hoog naar zo laag mogelijk op en neer bewegen.
De trambestuurder mag van de seingever af rijden.